Overslaan naar de hoofd content

Annelou van Noort

Financiële opvoeding begint eerder dan je denkt

Financiele opvoeding begint eerder dan je denkt

Wat gebeurt er eigenlijk als je kind in de supermarkt begint te zeuren om snoep? Je herkent het moment. Je peuter wijst naar de koekjes op ooghoogte en stelt eerst een hoopvolle vraag. Dan komt er een meer eisende blik. En zodra jij nogmaals nee zegt, volgt er gejengel en misschien drie gangen lang een potje boos worden. Herkenbaar?

Je denkt waarschijnlijk: dit is gewoon een lastige fase. Iets om doorheen te komen. Maar dit is geen lastige fase. Dit is financiële opvoeding. Live, in de supermarkt, zonder dat je het gepland had.

Het misverstand: je wacht op een moment dat er allang was
De meeste ouders denken dat financiële opvoeding ergens ‘begint’. Bij het eerste zakgeld. Bij het gesprek over de pinpas. Bij een moment dat je bewust inplant, met een beetje ongemak, omdat het toch belangrijk is. Vaak stellen ouders deze gesprekken uit. Nog even wachten tot het kind ouder is of tot het beter aansluit. Tot er ‘een goed moment’ is. Alleen: dat moment was er allang. Je bent allang begonnen. Alleen wist je het niet.

Wat er echt gebeurt in die kleine momenten
Financiële opvoeding zit niet in het grote gesprek. Het zit vaak in de kleine momenten die je toch al met elkaar hebt. Je peuter die nee te horen krijgt bij de kassa, leert daarmee iets fundamenteels: niet alles kan nu, niet alles kan altijd, wachten hoort erbij. Dat klinkt klein. Dat is het niet. Het is de basis van geduld, van keuzes maken, van later kunnen sparen voor iets dat je echt wilt.

Kinderen leren namelijk niet vooral van wat je zegt. Ze leren van wat ze zien. Hoe jij kiest in de supermarkt. Hoe jij reageert als iets duurder is dan gedacht. Of jij positief praat over werken en geld verdienen, of er juist gespannen van wordt. Dat noemen we in de gedragswetenschap modeling: kinderen kopiëren gedrag voordat ze het begrijpen.

Onderzoek van de Universiteit van Cambridge laat zien dat de meeste geldgewoontes van kinderen al gevormd zijn rond hun zevende jaar. Niet omdat er dan een groot gesprek plaatsvond. Maar omdat ze tot die tijd duizenden kleine momenten hebben meegemaakt. Samen boodschappen doen. Zien dat jij een klusje in huis doet en daar geld voor terugkrijgt. Ontdekken dat ‘nee’ ook een antwoord is.

Niet één groot gesprek vormt je kind. Wel honderden kleine.
Dat betekent ook iets ongemakkelijks. Je kunt namelijk niet wachten met het goede voorbeeld geven tot je er klaar voor bent. Je kind kijkt nu al hoe jij twijfelt bij de kassa, hoe jij zucht bij de brandstofprijs, hoe jij reageert als vakantiegeld binnenkomt. Niet het gesprek dat je ooit gaat voeren vormt je kind. Wel het gedrag dat je nu al laat zien, ook als je er niet bij nadenkt.

Waarom dit lastiger is dan toen jij zelf klein was
Vroeger zag een kind geld. Een portemonnee, muntjes, een briefje van tien. Nu ziet een kind vooral een tikje op een telefoon. Tikkie, een pinpas, een account bij Roblox waar met een paar klikken iets gekocht kan worden. Geld is onzichtbaar geworden. En daarmee ook het moment van nadenken. Vroeger moest je naar de winkel lopen. Nu is kopen net zo snel als swipen.

Precies daarom is die vroege basis zo belangrijk. Niet omdat een kind van vier al moet weten hoe de bankapp werkt. Maar omdat het gevoel voor wachten, kiezen en ‘genoeg is genoeg’ er dan al moet zijn, vóórdat een kind zelfstandig met geld te maken krijgt dat je niet meer kunt zien of aanraken.

Dit kun je morgen al doen.
Geen groot plan nodig. Wel een paar kleine gewoontes.

  • Laat je kind meebeslissen in de supermarkt. Twee soorten koekjes, kies er één. Klein, maar het traint een echte keuze.
  • Praat hardop over waarom je iets wel of niet koopt. ‘Dit is nu te duur, dat sparen we voor de volgende keer.’
  • Laat zien hoe jij geld verdient en doe dat met plezier. Kinderen voelen aan of jij gespannen bent over geld of er ontspannen over praat.
  • Zeg gewoon nee, zonder je te verontschuldigen. Een kind dat leert dat nee ook een antwoord is, leert daarmee wachten.
  • Vraag je kind eens iets, in plaats van het uit te leggen. ‘Wat zou jij doen als je maar twee euro had?’ Nieuwsgierigheid werkt beter dan een preek.

Je kunt er niet even uitstappen
Je hoeft niet te wachten op het juiste moment om te beginnen met de financiële opvoeding van je kind. Je bent al begonnen. Bij de kassa, in de supermarkt, tijdens het boodschappen doen.

De vraag is niet wanneer je moet starten. De vraag is of je je bewust wordt van wat er al gebeurt.

Wil je per leeftijd weten waar je op kunt letten en wat echt werkt? In Later word ik rijk vind je concrete, praktische tips die aansluiten bij de leeftijd van je kind, van peuter tot tiener.